Logo van Veendam 1894
voetbalvereniging Veendam 1894
Koninklijke Erepenning houder van de Koninklijke Erepenning sinds 1994
deze site wordt gesponsord en beheerd door
Webhosting en -beheer door Riafragma
   home       uitslagen       programma       organisatie       senioren       jeugd       sponsors       clubmagazine       contact   

Editie maart 2005

De Geel Zwarte is ook online te lezen. Hieronder staan de artikelen van de editie van maart 2005. Klik op een link om het volledige artikel te lezen.

Oud Veendamartikel lezen
Oproepenartikel lezen
Eindelijkartikel lezen
Veendam 1894 D1artikel lezen
Jeugd actief in de zaalartikel lezen
Het vijfde slechts vierdeartikel lezen
Nieuwjaarstoespraak van de voorzitterartikel lezen
C1 opent tweede seizoenshelft teleurstellendartikel lezen
Bestuursinfoartikel lezen
E1 is een leuke groepartikel lezen
Uit de oude doosartikel lezen
E2 wint van sterk Musselartikel lezen
C1 levert pupillenscheidsrechtersartikel lezen

'Bovendien zijn de jongens, die in hun vrijen tijd vaak de schrik kunnen zijn van straten en plantsoenen, op het voetbalveld rustig en onschadelijk opgeborgen'

Wie zwijmelt niet weg bij foto's of beelden uit het verleden? We hebben allemaal onze portie nostalgie, de heimwee en het verlangen naar een vaak geïdealiseerde, maar definitief voorbij zijnde tijd. Om deze nostalgische, vaak zoete gevoelens een beetje aan te wakkeren bij de lezer heeft de redactie van dit onvolprezen clubmagazine bedacht dat het wellicht een leuk idee zou zijn om regelmatig terug te blikken in de tijd. In deze uitgave een epistel uit de eerste jaargang (1939) van de GeelZwarte van toenmalig voorzitter J.P. Bloemhoff (zie bijgaande foto uit 1934), die het bedrijven van voetbal onmisbaar vindt in de opvoeding. Het epistel heeft 70 jaar na dato amper aan kracht ingeboet... (JR)

45 jaar voetbal van 'Geelzwart': 45 jaar volksopvoeding. Het licht niet in mijn bedoeling de geschiedenis van 'Geelzwart' in al zijn geledingen na te gaan en wens me niet op het gladde pad van persoonsverheerlijking te begeven, maar wil trachten in grote trekken de waarde van een goede voetbalvereniging te doen uitkomen. Algemeen is bekend dat wij leven in den tijd van het kind; alles van en voor het kind. Waar bovendien vele ouders uit gemakzucht of misschien uit andere overwegingen de kinderen veel te veel den zin geven, kan zo'n opvoeding voor alle partijen noodlottig worden. Gelukkig, dat voor zo'n verdorven mensje spelen bestaan, waarbij het zich aan de regels moet houden om mee te kunnen doen. Een spel, waarbij dat in zeer erge mate naar voren komt is 'voetbal'. Het dwingt de jongens tot naleving der regels; het noodzaakt ze tot gemeenschapzin en tot orde en discipline. Jongens, die niet gehoorzamen worden voor straf enigen tijd uitgesloten. Onze ervaring is, dat ze zulks zeer onaangenaam vinden en zich voor den vervolge in het gareel schikken. Ook zelfbeheersing en daarnaast een goede dosis van doelbewuste zelfwerkzaamheid wordt aangekweekt. Bovendien zijn de jongens, die in hun vrijen tijd vaak de schrik kunnen zijn van straten en plantsoenen, op het voetbalveld rustig en onschadelijk opgeborgen. Waar bovendien de oefeningen plaats hebben onder leiding van ouderen, die er voor waken, dat de training ontaardt in nadelig wedstrijd-gedoe, wordt gezondheid ook daarbij zeer bevorderd.

Zeer zeker zou er aan de voordelen van het voetbalspel vooral bij 'Veendam' nog zeer veel te verbeteren zijn. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de inrichting van de kleedkamers. Wat een groot voordeel zou het opleveren, wanneer in de tribune waterleiding en dan liefst een boiler voor het verwarmen van dat water zou zijn. Zou dat niet iets zijn voor Veendam om de vereniging aan te bieden? Jammer, dat daarnaast ook nog in Veendam grote voordelen van ons mooie spel verloren gaan. Ik herinner me, dat we in 1908 één vereniging hadden in Veendam. Naast 'Veendam' ontstond toen Jupiter. De oorlogsjaren brachten de beide verenigingen samen en toen kwam in Veendam werkelijk weer één vereniging: 'Veendam', totdat… Totdat ook hier de splijtzwam weer verscheen en een andere vereniging naast Veendam ontstond.

Dezer dagen trof ik een bejaarde fabrikant, die over verhoudingen in de maatschappij sprak. "Wat heb ik er een genot van gehad", zij hij, "dat ik in mijn jeugd, met wat later mijn arbeiders waren, heb omgegaan. Voetbal bestond toen nog niet; maar bij slootje springen, vissen en andere bezigheden heb ik de gevoelens van die jongens leren kennen; we leerden elkaar begrijpen en waarderen en dat heeft later veel onaangenaamheden voorkomen." Hoe groot de voordelen van één Veendam zouden zijn behoef ik thans niet meer te bepleiten. Onaangenaamheden zijn er ook wel eens aan het adres van de voetballers verweten en helaas soms terecht. Aanmerkingen zijn er wel eens gemaakt op de gedragingen van een winnend elftal. Het te veel aan levenskracht en levensdurf zocht dan bij de jonge mannen in luidruchtigheid en gejoel een uitweg. Naar buiten uit maakte dat vaak een onaangename indruk.

Waart ge wel eens in gesprek met een oud-voetballer, weet ge, welk een schat van aangename herinneringen, van onvergetelijke gebeurtenissen zo iemand heeft verzameld? Is het U nooit opgevallen, dat zo iemand altijd stof heeft tot spreken en gehele avonden gezellig weet te vullen? Dat is een bezit, dat niemand hem ontneemt en waarop hij zijn gehele leven kan teren. Gelukkig, dat door een goede vereniging in de plaats toch nog veel wordt saamgebonden. Bij een tegenpartij uit een andere plaats blijven de Geelzwarten toch de favorieten en voelen ze zich een. Laat dat in sterke mate over ons Veendammers komen; eendrachtig moeten we samenwerken opdat 'Veendam' een goede eerste klasser blijve, tot heil van ons jong Veendam en tot nut van onze plaats, die we graag als centrum van de Veenkoloniën blijven behouden.